Binnen de lexicon van de floriografie — de geheime bloementaal die zorgvuldig werd vastgelegd in Victoriaanse geschriften — laat het viooltje zich niet eenvoudig duiden. Door de geschiedenis heen belichaamt het een verrukkelijk paradoxaal palet aan betekenissen: brandende passie én ontwapenende onschuld, standvastige kracht én poëtische verfijning, bezonnen wijsheid én onverzettelijk optimisme.
VIOLETTE 30 is een ode aan de ongrijpbare tegenstellingen besloten in één enkel exemplaar. Rond de zeldzamere, schaduwminnende witte viooltjes — tegelijk kristallijn en ongebonden — ontvouwt zich een compositie van frisse groene bloemennoten, witte thee, cederhout en een subtiele toets guaiac-hout.
Vertrouwd en toch onbekend is het een studie in het omarmen van contrast; een uitnodiging om onze vele lagen te heroveren en voluit te belichamen.